San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

Hard Gras

Enkele maanden geleden kreeg ik een e-mail van de hoofdredacteur van het literair voetbaltijdschrift Hard Gras. Nederland had nagelaten zich te kwalificeren voor het komende EK, dus wilden  zij voor de maand juni dan maar een themanummer maken rond de Rode Duivels. En of ik daarin een paar pagina’s kon vullen. Vraag even een voetbalminnende Nederlander naar de status van Hard Gras en je zal begrijpen waarom ik eerst heel luid ‘ja!’ riep en meteen daarna in blinde paniek onder mijn keukentafel kroop.

Soit, van onder een tafel kan je ook typen  en dus staan er nu een stuk én een begeleidende lino van mijn hand in Hard Gras nummer 108, waarvan jullie een exemplaar kunnen kopen in de krantenwinkel of bestellen op de website, of hier. Naast mezelf spelen ook Ivo Victoria, Paul Baeten Gronda, Joost Vandecasteele, Lize Spit en een pak anderen mee, dus je krijgt genoeg waar voor je geld.

Mijn bijdrage heeft als titel ‘“Hazard eraf!” – De aanvoerder van het verkeerde land’ en gaat over hoe onze huidige nationale ploeg niet langer bij de volksaard past, en welke problemen dat oplevert. Veel meer nog dan dat gaat het over een Chelseashirt en mijn iets te gênante idolatrie voor een knul die acht jaar jonger is dan ik.

(Update: deze special werd afgelopen vrijdag gerecenseerd in de letterenbijlage van De Standaard.)

Roll me over slowly

Dit weekend leerde  ik toevallig het begrip ‘I want  song’  kennen. Het is de naam die wordt gegeven aan het typische nummer aan  het begin van een Disneyfilm, of bij uitbreiding elke musical uit de vroege Hollywoodjaren, waarin de protagonist vertelt wat hij het allerliefst  wil en waarnaar hij de rest van het verhaal op zoek zal zijn.

Ik kon niet anders dan  denken aan het  afgelopen jaar, waarin iemand mij verplichtte om  mijn eigen  I want  song te schrijven, of om op zijn minst eindelijk eens  na te denken over wat voor mij belangrijk was en dat hardop  uit te drukken.

Tijdens dat  nadenken liep het leven gewoon door  en net op  het moment dat ik mijn  I want  song af had, gebeurde er van alles  waardoor het er opeens naar uitzag dat van wat ik net had bedacht, niets  meer mogelijk zou zijn. Net zoals in de film draaide ik rondjes en probeerde met alle macht het probleem op te lossen terwijl  de situatie er steeds  uitzichtlozer begon uit te zien.

Ik had meer moeten vertrouwen op wat ik al zo lang weet over film: er komt altijd nog een tweede plot point  en een  derde act met een ontknoping  en een moment waarop de protagonist buiten door de stad  loopt, op een lenteavond  in Amsterdam bijvoorbeeld, en kijkt naar de reflectie van de straatverlichting  op het water  en in zichzelf begint te neuriën en pas na een tijdje doorkrijgt dat het de melodie van zijn  I want song  is die hem onbewust ontsnapt.

I can’t get my head around it

I need my girl  (Brussel, 25/6/13 – Brussel, 22/3/16).

Slechts 84% plagiaat.

It‘s all gone slow motion

Als ik iets minder lang had getreuzeld, met aankleden of met het eten van de kat, zou ik om half tien op de metro hebben gezeten aan Kunst-Wet. In de plaats daarvan heeft alles wat gebeurde zich ontvouwd terwijl ik nog onderweg was naar Brussel. Ik zag de chaos toenemen en de politie zenuwachtiger worden, maar wist niet wat er precies was gebeurd. Hoe ernstig het allemaal was, drong pas door toen ik alweer met een koffie aan mijn bureau zat.

Ik verkocht mijn ticket voor het optreden van Tindersticks die avond, omdat ik snapte  dat ik nooit in Leuven  zou geraken en omdat ik geen enkele zin meer had in muziek die mijn eigen verdriet versterkt. Ik dacht aan het nummer Days of Fire, dat Nitin Sawhney schreef na de aanslagen op de metro in Londen, en waarvan ik altijd had gehoopt dat ik het gevoel waarover hij zong nooit zelf zou kennen. Ik drukte op ‘play‘ en het gevoel waarover hij zong kwam in één  keer staalhard binnen.

De dag ging voorbij zonder werken. Ik ging naar buiten en liep door de stad tot de wachtrijen aan de stations zouden wegebben. Ik zag de zonverlichte straten die ik elke lente zie en ik dronk een Geuze waar ik altijd een Geuze drink. Ik wilde niet alleen zijn, maar ik wilde zeker niet zijn bij mensen die ik niet goed genoeg ken. Ik twijfelde om een bus te nemen naar het dorp van mijn moeder, maar ook dat deed ik uiteindelijk niet. Ik wilde alleen maar bij jou zijn, maar  ik wist niet hoe dat kon.

De stad liep langzaam leeg. Ik stapte  in een doodstil station op een vertraagde, lege trein en kwam uren later pas  thuis in een huis waar niemand op mij wachtte. Ik keek naar de nieuwsuitzendingen op de televisie en ik dacht aan de zin die ik een paar maanden eerder had opgeschreven, na de aanslagen in Parijs: ‘terreur bedreigt alleen wie een toekomst heeft, of zich kan voorstellen hoe die eruit ziet.’ Het maakt geen verschil of ik morgen opnieuw de metro neem of niet.

I never said I was deep

I.

In het nieuwe huis slaap ik veel minder vast. Misschien komt dat  door het lawaai op straat, of door het licht dat  de gordijnen nog doorlaten. Ik heb de indruk dat ik daardoor vaker droom, of in ieder geval vaker mijn dromen onthoud. In één van die dromen zag ik mijzelf  in een onbekend  appartement, op een onbestemde plaats. Ik herinner mij niet meer hoe het eruit zag of hoe het kwam dat ik daar plots woonde, enkel nog dat mijn bovenbuurvrouw  het  plus size model  was  dat ik al een tijdje volg op Instagram. (Plus size model is hoe we tegenwoordig een  erg  mooi meisje noemen  dat er verder absoluut  normaal uitziet.) Ik ken het model  alleen maar omdat zij vorig jaar eens op tv is  gekomen, nadat een stelletje  eikels had haar  uitgelachen aan het fitnesscentrum en zij hen met een jaloersmakende zelfzekerheid van antwoord had gediend.  Ook in mijn droom had ik nog nooit met het meisje  gesproken, maar nu  stond haar appartement  onder water,  door een gesprongen  leiding of zo, en ik bood aan om haar te helpen met opruimen en zo werden we vrienden. Terwijl ik een dweil door de gang en woonkamer  haalde, kwam Moussa de trap op  om te kijken waar ik bleef  – waarschijnlijk  hadden we allebei onze voordeur laten openstaan in het gedoe  – en alles was zo goed voor dat ene moment en iedereen lachte en ik had alles wat ik nodig had tot vlak voor  ik weer wakker werd.

(meer lezen)

Hourly Comic Day (4)

Maandag 1 februari was, zoals ieder jaar opnieuw,  Hourly Comic Day. Zoals ieder jaar opnieuw kwam dat mij allesbehalve goed uit en heb ik dan maar een andere dag uitgekozen om in slordige tekeningetjes  te documenteren. Dat werd de daaropvolgende woensdag:

                               

Persoonlijk vind ik de weg ernaartoe steeds stukken leuker dan het uiteindelijke resultaat:

 

The easy road, the easy road

Ja, sommige momenten zijn uiteraard  mooi. Wanneer ik onderweg ben, enthousiast  als een jongetje achter het stuur van een veel te grote bestelwagen, en dat  Bruce Springsteen dan onverwacht op de radio komt, terwijl ik vóór en naast mij de zon door een vier-, vijflagig wolkendek zie breken en er net dan ook nog eens tientallen  vogels tegelijk opvliegen uit de velden naast de snelweg, zoals op die ene foto van mijn nichtje die ik zo prachtig vind. Dit zou  een scène uit een film kunnen zijn, bedenk ik dan, aan het begin van een romantische komedie, bijvoorbeeld, of op een andere plek  waar iemand hoopvolle verandering wil uitbeelden zonder per se veel moeite te doen.

(meer lezen)