After the applause had died down

“80% of success is showing up”, zei Woody Allen ooit. Ik denk niet dat er iemand bestaat op wie deze uitspraak meer van toepassing is dan op mij. De laatste tijd kost het me steeds meer moeite om naar een sollicitatie te vertrekken of heel Leuven af te lopen om interim- of werkloosheidsdossiers in orde te brengen. Een latente depressie die nog gevoed wordt door de vele afwijzingen en een gebrek aan slaap en gezelschap door te veel avondwerk.

Ondanks alles ben ik vandaag toch opgestaan voor een gesprek in het Koninklijk Filmarchief. De bibliotheekjob die daar openstaat is niet al te opwindend, maar ik zou er wel de hele dag persteksten kunnen lezen uit honderd jaar filmgeschiedenis. Mijn eigen artikels probeer ik dan wel te verkopen in mijn vrije tijd.

Nog twintig procent te gaan.

(Ik weet dat jullie zitten te wachten op een recensie van Berlin in Vorst Nationaal eergisteren, maar die komt er niet. Wie een idee wil krijgen zet de cd maar eens loeihard op in de auto om twee uur ’s nachts, op een lege autostrade.)