San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

Oh, the places you’ll go

Hét moment waarop je als voetballer beseft: ‘fok, ik ga naar het WK’, is waarschijnlijk wanneer je de Paninisticker met je eigen gezicht erop in handen krijgt. Alleen gaan de stickerboeken al in productie vóór de officiële selectie van elk land bekend is. Zo blijven er elk jaar opnieuw een aantal spelers achter die wel naar het toernooi gaan, maar toch niet in het officiële boek zijn opgenomen.

Dave met z’n MIFA-project heeft daar iets op gevonden: hij laat in de aanloop naar elk toernooi de ontbrekende spelers portretteren door kunstenaars van over de hele wereld, om daarna een website en een boek te kunnen samenstellen waarin ook zij een plaats krijgen. Nooit heb ik mij sneller ergens voor opgegeven.

Ninon Abena komt uit voor Kameroen. Dit wordt haar tweede WK, en ik hoop samen met haar dat zij in Frankrijk haar eerste speelminuten krijgt.

I’ll go out without a blink

De dag die begon met het nieuws dat een groot deel van mijn muziekverzameling onbeluisterbaar was geworden, eindigde met het mooist denkbare antwoord daarop. In een helverlichte AB rees de ene vrouw na de andere uit het publiek naar boven, voor het meest aangrijpende crowdsurfmoment dat ik in mijn leven al heb bijgewoond. Hoe hard ik mij tot dan toe ook had geërgerd aan de macho’s rondom mij, tijdens dat ene nummer begreep iedereen wat er aan het gebeuren was, had iedereen oog voor elkaar, openbaarde zich een paar minuten lang een beeld van hoe de wereld zou kunnen zijn als we deze hoeveelheid aandacht toch maar langer dan één lied konden vasthouden.

Veertien uur later liep ik door de stad in de eerste lentezon, die meer slechte herinneringen met zich meebracht dan goede. Dit werd niet geholpen doordat ik exact dezelfde dingen deed die mijn ritueel waren geworden in een veel slechtere tijd dan nu. Ik nam plaats op een terras en zag hoe vóór mij een toerist abrupt bleef stilstaan. Hij draaide zich om, in de richting van zijn vrouw, die enkele meters verderop klaarstond om een foto te maken. De man was achterin de vijftig, kalend en droeg een t-shirt met de onder een denkfout kreunende slogan: ‘save water, drink Belgian beer’ en de immense stupiditeit van dat alles zorgde ervoor dat ik me niet langer kon concentreren op de herinneringen aan de voorbije avond, laat staan op de stem in mijn hoofd die schreeuwde:

Vroeger schreef ik deze dingen op. Vroeger schreef ik deze dingen op.

A stack of records lined up to play

Zondagochtend vroeg liep ik door een lege stad op weg naar een volle wasserette. In de Tiensestraat passeerde ik de faculteit waar ik ooit had geprobeerd om een vakantiejob te regelen als begeleider van een experiment, maar dat was mij toen niet gelukt. Als goedmaker mocht ik wel voor een vijfde van het geld deelnemen aan het experiment, wat waarschijnlijk minder dan een vijfde van het werk zou kosten, dus dat leek mij een prima deal.

Het was de zomer waarin ik het meisje leerde kennen dat in een kraakpand woonde en dat na Nieuwjaar weer zou verdwijnen zonder ook maar één spoor achter te laten en als ik Nick Hornby was, dan zou ik aan dat echt gebeurde verhaal allang een beter, verzonnen einde hebben geschreven.

Op weg naar één van de sessies van het experiment liep ik ‘s ochtends vroeg door een volledig lege stad. Ik was al iets te laat, dus stak ik aan de Tiensestraat over door het rood. Twee politieagenten in hun dienstauto hielden mij tegen. Ik gaf meteen mijn fout toe en zei dat ik inderdaad had moeten wachten en sorry, maar zij wilden per se dat ik daarnaast nog antwoordde op vragen als: ‘en wát moeten we doen als het rood is, jongen?’ en ik herinner mij dat ik daar heel slecht mee om kon. Ik voelde me steeds bozer worden, maar omdat ik graag wilde dat de situatie voorbij zou zijn, ging ik mee in hun spelletje om mij te kleineren en ik herinner mij dat ik daardoor achteraf ook heel slecht om kon met mezelf.

It’s words you forget to anniversary songs

Misschien zou ik het nooit hebben ontdekt als we niet veel te vroeg waren geweest voor het eten die avond, en mijn moeder mij niet had gevraagd om te kijken of er misschien iets interessants te koop stond in de vitrine van het immokantoor naast het restaurant.

‘Dat is mijn huis!’, riep ik.

Blijkbaar had de oude huisbaas beslist om het huis te verkopen waar ik anderhalf jaar heel graag — en een maand of twee minder graag — heb gewoond en waarvan ik altijd had gedacht dat mijn volwassen leven er eindelijk écht zou gaan beginnen.

(meer lezen)

When the water is too deep (V)

V.

Zodra het weer beter ging, ben ik beginnen te zoeken naar een oplossing, naar een realistisch evenwicht tussen wat de rekeningen betaalt en wat mij voldoening verschaft. God, wat heb ik gezocht. Ik heb een verlammende bescheiden- en verlegenheid opzij gezet om mijzelf aan te bieden op zowat elke plek die mij interessant leek. In afwachting tot een van die losse flodders doel zou raken, heb ik geprobeerd om mijn oude dubbelloopbaan herop te bouwen, op een meer verstandige manier.

(meer lezen)

All the world that you’ve denied (IV)

IV.

Waar ik mij nog het meest schuldig over heb gevoeld de afgelopen jaren, is over hoe banaal dit alles overkomt, alsof ik nooit ergens een goede reden heb kunnen geven waarom mijn oude leven opeens niet meer haalbaar bleek.

En misschien is het net dat: er is helemaal niet één goede reden. Elk van de gebeurtenissen die mij zijn overkomen, was behoorlijk onaangenaam, maar wel perfect draaglijk wanneer die onder normale omstandigheden zou zijn voorgevallen. Maar het gaat om de eindeloze opeenvolging ervan, het absolute gebrek aan rust, de opstapeling van feiten over een periode van maanden, waarin het leven, op elk moment wanneer ik dacht: ‘nu heb ik het ergste vast wel gehad, hierna wordt het kalmer’, nog één of twee dingen extra op mij afvuurde die mijn volledige lichamelijke en emotionele aandacht opeisten, die mij dwongen om te handelen, die nieuwe taken toevoegden die nóg dringender waren dan de vorige waarmee ik nog bezig was.

(meer lezen)

When you’re beautiful and dying (III)

III.

(Op deze plek geschreven in december 2013.)

De dokter duwde een naald in mijn arm terwijl ik haar opmerking probeerde weg te lachen dat ik gerust mocht gaan liggen als ik dacht te zullen flauwvallen. Maandenlang doen alsof er niets aan de hand was, alsof het vanzelf wel zou overgaan, had mij op deze plek gebracht, in ontbloot bovenlijf op een krakend stuk papier dat het witte leer van de stoel moest beschermen tegen mijn gebrekkige lichaam.

In het bloed was niet te zien wat er scheelde met mijn gestel en mijn rug. Nog een instorting later hield een tweede dokter mij thuis, met het bevel om te slapen en een voorschrift voor pillen die daarbij zouden helpen.

(meer lezen)