Haar ogen bevatten alles

De pers bespelen
met een uitheemse gimmick,
misschien iets voor mij?

Als mij later gevraagd wordt waar ik was toen ik hoorde dat Herman Van Rompuy baas van de wereld werd, zal ik dit vertellen: ik was mij aan het klaarmaken voor het toneel. Geen enkel nieuws is zo belangrijk dat het mij van de Joke Schauvliege Challenge afhouden kan. De keuze voor november: Krapps laatste band door NT Gent in de STUK Soetezaal.

Krapps laatste band, als in: het stuk van  Samuel Beckett, icoon van een bestolen natie, vertaald door Peter Verhelst, icoon van de stuurloze natie in mijn hoofd. Ik mag die Peter Verhelst wel. Niet alleen is hij een van de weinige Vlaamse schrijvers wier  zinnen je moeiteloos uit duizenden anderen herkent, neen, dat zijn dan ook nog eens zinnen waardoor jonge meisjes zich in roedels tegelijk aan zijn voeten werpen. En dat is iets wat jij niet kan, Yezerskiy.

De oude Krapp brengt elke verjaardag op dezelfde manier door. Hij drinkt champagne aan dezelfde tafel in hetzelfde café, schrijft een paar zinnen op de achterkant van een envelop en spreekt dat tekstje nadien in op een geluidsband. Vóór hij een nieuwe spoel begint, beluistert hij eerst nog een willekeurige oude band uit zijn archief. Het probleem: wanneer Krapp dit jaar thuiskomt, is de envelop nog onbeschreven.

Steven Van Watermeulen is twintig jaar te jong om zijn personage écht geloofwaardig te maken maar  schittert toch, daar moederziel alleen op het podium. De gerateerde schrijver zucht en zwijgt en schreeuwt en vecht tegen zichzelf en het publiek dat hij ooit in zijn hoofd droeg.

Het publiek in je hoofd is altijd mooier dan in werkelijkheid. Vrouwen van middelbare leeftijd gieberen als tienermeisjes wanneer ze zien dat de acteur naakt opkomt. Doorheen de hele voorstelling staan er lukraak mensen op om hoofdschuddend weg te lopen. Ja, in een stuk over leegte en herhaling zal je leegte en herhaling te zien krijgen. Zoiets weet je op voorhand, trut. De constante onderbrekingen geven mij het gevoel alsof ik ‘s nachts in bed lig, dat ik de uren zie voorbijklikken en dat iemand mij, vlak voor ik eindelijk in slaap val, een por geeft. Ik schiet met een schok wakker en ben terug bij af.

Maar ik had het over leegte en herhaling. Krapp klampt zich vast aan zijn verleden, alsof hij zo de verkeerde keuzes die hij heeft gemaakt kan herstellen. Alsof hij de momenten van geluk die hij vroeger heeft achtergelaten als een niet opgeruimd stuk speelgoed kan oprapen om gewoon weer verder te spelen. Maar zo werkt het niet. Is geluk het verlangen naar herhaling, zoals Kundera schreef? Dat kan onmogelijk kloppen, want verlangen is een marteling. Zit het geluk dan verborgen in de herhaling zelf, zoals Krapp zichzelf zo lang heeft wijsgemaakt? Dat kan ook niet kloppen.

In een warm, betoverend licht stopt de laatste band met draaien.  Het is het mooiste einde van een toneelstuk dat ik ooit heb gezien, maar het kost mij de grootste moeite om me dat beeld vandaag terug voor de geest te halen. De enige scène die ik opnieuw en opnieuw wil bekijken, is de enige die door de schrijver zeker niet zal worden herhaald. Conclusie:

Geluk is een einde dat er geen is.  Geluk zit in de herhaling die je niet had verwacht.