In niets lijkt ze op hen,
zeker niet met haar zomerjurk en de aandrift
waarmee ze die draagt terwijl het buiten nog vriest
en  kijk; ze laat hem opwaaien, ook al blijft
op haar kamer de wind altijd liggen, precies zoals wij.
Deze dagen met haar zijn de meest
eenvoudige die ik al heb gekend.
En in niets lijkt ze op hen,
die wij beneden zien lopen met hun mutsen en sjaals.
Ze stappen stevig door, maar een echt doel hebben ze niet
voor ogen, tenminste niet zoals zij wanneer ze
mij wegtrekt van het raam, opnieuw haar wereld
van zand en dromen in.

(Meer dan losjes gebaseerd op dit nummer van Red House Painters.)