Lieve Joke Schauvliege,

Lieve Joke Schauvliege,

U schrok vast erg toen u gisteren de krant opensloeg. Neen, uw eerste televisieoptreden als minister is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Nog voor u één beleidsdaad heeft voorgesteld, lijkt de hele sector zich al tegen u te hebben gekeerd. Want het is ongehoord, klonk het vanop de barricaden, dat een nieuwe minister van Cultuur het landschap niet kent, dat zij nauwelijks boeken leest, dat zij geen voet in het theater zet – behalve dan voor een goede deurenkomedie op zijn tijd, want die gaan er bij iedereen even vlotjes in.

Toegegeven, u hebt misschien iets minder affiniteit met de Grote Kunsten dan we sinds Bert “Sjostakovitsj” Anciaux van een minister gewoon zijn, maar verdiende u het nu echt om zo hard aangepakt te worden voor één moment van onoplettendheid, voor uw ontwapenende, misschien zelfs naïeve eerlijkheid? Ik wil overigens wel eens zien hoeveel werknemers de privésector telt, zeker in het huidige paradigma van levenslang leren, competentiemanagement en persoonlijke ontwikkelingsplannen, die zich al vanaf dag één thuis voelen in hun nieuwe functie. Voor mijn vorige job, op de luchthaven, moest ik een telefoon gebruiken. Ik geef toe dat dat misschien niet helemaal hetzelfde is als met de vinger stevig op de subsidieknip een hele sector tevreden houden in woelige tijden, maar voor een contactgestoorde, introverte écrivain betekende het toch een hele aanpassing.

Soms werd de kritiek wel heel persoonlijk, heeft u dat ook gehoord? Yves Desmet, wiens editorialen ik doorgaans even idolaat voordraag als een devote moslim zijn ochtendgebed, sloot zijn binnenkomertje af met de sneer dat enkele dictielessen u geen kwaad zouden doen. Ik heb twee keer moeten kijken, maar het stond er echt: dictielessen. Alsof er godbetert nooit een Renaat Landuyt in de wandelgangen heeft rondgelopen! (Om heel eerlijk te zijn, ik was hem ook al een beetje vergeten.)

Mevrouw de minister, laat u zich niet afschrikken door deze spontane samenscholing van theatermakers, schrijvers en kliederaars onder uw venster. Zij profileren zich op hun terrein zoals ik mijzelf profileer op de dansvloer: door wild om zich heen te schoppen, zonder de minste aandacht te schenken aan de omstaanders die ze daarbij vol in het gezicht slaan. Zij hebben het niet écht op u gemunt, zij voelen zich enkel aangetrokken door het licht van de schijnwerpers. Muggen die opgewonden cirkelen rond een terraslamp, meer zijn zij niet, net zomin als die muggen beseffen zij dat het licht waardoor zij zich laten verleiden artificieel is, een leugen, geluk in een plastic doosje.

Weet u: wij hebben veel gemeen, u en ik. Ook ik heb al veel te lang geen toneelstuk meer gezien, ook bij mij is dat al geleden van een amateurvoorstelling enkele maanden terug. Maar ik haal mijn schade in: begin augustus trek ik naar Oostende voor het festival Theater aan Zee. Het stuk dat ik ga kijken is genoemd naar een nummer van Beirut, dus slecht kan dat niet zijn. Als ik een vriend vertel dat hij niet langer mee mag, heb ik nog een kaartje op overschot. Gaat u mee? Ik ben niet écht het seksuele roofdier waarvoor ik mij zo graag uitgeef, dat is slechts imago. Maar zoals u gisteren kwaadschiks hebt geleerd: imago is alles wat wij zijn.

Alle liefs,

Uw,

San F. Yezerskiy

De Joke Schauvliege Challenge 2010
De Joke Schauvliege Challenge 2010 (slot)

2 gedachten over “Lieve Joke Schauvliege,

  1. Als ik doe alsof ik Joke ben, mag ik dan mee? ik zal onwetend maar stralend zijn, en tijdens het stuk vaak onbegrijpende blikken naar je gooien, alsof ik redding verwacht.
    uw vrienden stinken toch soms naar spruitjes.

  2. Het is een aanlokkelijk voorstel, maar de avond is uitverkocht en ik denk niet dat ik alleen met een meisje naar de zee mag. Omdat ik misschien toch wel toch niet toch wel een beetje een roofdier ben. Geert ruikt écht naar spruitjes. Haha, malle Geert.

Reacties zijn gesloten.