San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

You can bet that I’ll be back on my grind

Het is al even geleden, maar deze week schrijf ik iedere dag een column voor DS Avond, de digitale avondbijlage van De Standaard. De aanleiding is het EK, maar ik probeer de stukjes toegankelijk genoeg te houden voor wie maar één keer om de twee jaar naar voetbal kijkt. Na afloop zal ik de columns verzamelen op mijn aparte voetbalblog.

Covid diaries

De volledige collectie vind je op:

https://sfydiaries.tumblr.com
https://www.instagram.com/sanfyezerskiy

Bareel

Het waren de warmste dagen van de zomer. Omdat ik af en toe moest werken in een gemeente een half uur verderop, besloot ik om op die dagen ‘s middags mijn boterhammen op te eten in de auto en een tussenstop te maken in het fitnesscentrum op mijn weg terug naar huis.

Toen ik na het trainen de parking wilde uitrijden, spuwde de machine het ticketje weer uit dat ik aan de balie had gekregen — de slagboom bleef omlaag. Ik probeerde het ticket nog eens en nog eens en daarna eens in een andere richting, alsof ik niet al de hele week op dezelfde manier deze parking had verlaten. Na een poging of tien en steeds minder geduld door het zweet op mijn rug en mijn verzurende spieren, besloot ik om toch maar op de oproepknop van de machine te duwen.

Uit de speaker klonk een beltoon. Aan de andere kant nam iemand op.
‘Hallo,’ zei ik. ‘Ik sta op die en die plek, maar de slagboom gaat niet open.’
‘Heb je dit en dit al geprobeerd?’
‘Ja, al een paar keer en ik doe het nu nog eens, maar het helpt niet.’
‘We sturen iemand. Dat kan wel even duren.’

(meer lezen)

Thou shalt not buy Coca-Cola products

Wacht.
Stop.

Is dit echt hoe je over de afgelopen maanden wilt praten?
Alsof we samen iets hebben gemaakt dat er altijd zal staan en waarop we zomaar trots mogen zijn?

Toon mij wat er goed aan was.
Toon mij hoe we zijn gegroeid door te vrezen voor de levens van wie ons heeft grootgebracht. Toon mij de pracht van urenlang wachten op de parking van het ziekenhuis, meters ver verwijderd van mijn ongeboren kind en toon mij wie er ooit sterker is geworden van een half jaar zonder vrienden.

Wat met iedereen uit de cultuur die niét door een multinational werd ingehuurd? Werk kwijt, terug naar de interims, tien jaar geld en ervaring de vuilnisbak in. Een generatie aan talent voor altijd vergeten tegen het moment dat het later misschien ooit weer beter wordt.

‘Ik wil nooit vergeten hoe sterk wij samen waren.’
Voor tien minuten, ja. 
Tot ons eigen ongemak toch belangrijker werd dan te blijven zorgen voor elkaar. Om acht uur applaus uit het raam werd om acht uur online geklaag. Mensen delen de ziekste complottenshit, alleen maar omdat hun masker niet zo lekker zit. Het juiste blijven doen duurt lang, als je daardoor ondertussen zelf niet op vakantie kan. 

De solidariteit waarover je praat is er een die alleen maar in reclame bestaat. Doe niet alsof deze ramp de wereld beter heeft gemaakt, als nog vóór alles voorbij is, iedereen elkaar opnieuw achterlaat.
Praat maar positief, doe maar alsof alles vanzelf wel beter wordt. Fuck de zwaksten, fuck de armen, fuck de mensen in de zorg.

Je laat ze aan hun lot over als nooit tevoren.

Blip on a screen, you don’t know me

Ik zit in de auto op de parking van het ziekenhuis. Ik ben moe, door het veel te vroege opstaan of eerder door te weinig slaap — maar dat was dan mijn eigen schuld. Ik heb al geprobeerd om de vermoeidheid eraf te wandelen, even een rondje om het terrein of zo, maar het is nog te koud of eerder heb ik een veel te dunne jas gekozen. Mijn telefoon trilt: de afspraak loopt uit.

Deze plek is rustiger dan ik haar ooit heb gezien. Af en toe parkeert een andere wagen in een van de vakken in mijn buurt. Een verpleger stapt uit, even later een wat oudere vrouw die ook door haar man wordt afgezet. Ze duwt het portier dicht met haar hand in het verband.

Er zijn dingen waarvan je weet dat je ze maar eens in je leven meemaakt en daarom beleef je ze vooraf al tientallen, honderden keren in je hoofd, maar het voornaamste wat die dingen gemeen hebben, is dat ze nooit uitdraaien zoals je je ze had voorgesteld.

Ik probeer om geen enkel woord te missen in de podcast waarnaar ik luister, om mezelf af te leiden van het besef dat het eerstvolgende bericht dat ik krijg, maar twee boodschappen kan bevatten en slechts op één daarvan wil ik op dit moment voorbereid zijn.

Het wachten duurt nog langer en blijft duren. De ochtend komt op gang, steeds meer mensen rijden af en aan. Een groepje verpleegsters loopt door de uitgang naar buiten. Ik denk aan mijn moeder en de foto die zij gisteravond heeft doorgestuurd van zichzelf in beschermende kledij en veiligheidsscherm.

De telefoon trilt. Mijn gedachten en hart slaan over. ‘Sorry dat het zo lang heeft geduurd. Alles is goed. Ik heb een filmpje van de baby.’

(april 2020)

Hourly Comic Day (5)

Mijn Hourly Comic Day van dit jaar viel toevallig samen met de laatste dag die ik nog in het openbaar heb kunnen doorbrengen:

                                       

Ik hou altijd meer van de analoge versie van deze dingen:

A wave swept up to the shore

De weg ernaartoe was zoveel langer dan ik op voorhand had gedacht. Elke straat leek eindeloos en telkens wanneer ik dacht dat ik er nu wel bijna moest zijn, dook er een nieuwe hindernis op waarvan ik me herinnerde: ‘O juist, die was er dus óók nog.’ Langzaam keerde het besef terug dat ik deze route vijf jaar geleden ook al iets te ver vond om te voet af te leggen.

Het huis zag er langs buiten nog steeds hetzelfde uit. Grijs geverfde muren, een massieve zwarte deur met een gietijzeren deurknop. Ik merkte dat op de eerste verdieping de raamfolie was hersteld, op de plaats waar ik daar een stuk had uitgesneden zodat Moussa vanop de vensterbank naar buiten zou kunnen kijken.

Ik was nog maar net blijven stilstaan op de stoep aan de overkant van de straat toen door mijn oude voordeur een meisje naar buiten stapte. Ze had lang, zwart haar en droeg een bruinleren boekentas. Ze gaf een gehaaste indruk, maar zag er verder niet ongelukkig uit.

Hierop had ik niet gerekend. Verrast liep ik verder — deels uit gêne, deels omdat ik niet de indruk wilde geven dat ik het huis van een wildvreemde stond in het oog te houden. Toen ik me na een meter of tien opnieuw durfde om te draaien, zag ik het meisje weer naar binnen gaan en naar buiten komen. Ze moest iets vergeten zijn.

Ik wandelde een zijstraat in. Terwijl ik dat deed, dacht ik terug aan vijf jaar geleden en aan hoe het leven was op deze plek. Ik dacht aan kleine Eva, de eerste en enige die me is komen bezoeken in de hele tijd dat ik hier heb gewoond, en ik vroeg me af hoe het nu met haar zou gaan. Ik vroeg me af of het huis nog altijd zo naar vocht zou ruiken, of dat de eigenaar op mijn aanraden daar dan toch iets aan zou hebben gedaan.

Bovenal vroeg ik me af hoe anders alles eruit zou hebben gezien als ik net iets langer op deze plek was gebleven. Ja, goed, het leven was er moeilijk, maar dat is het nadien ook geworden en hoe kan je achteraf in godsnaam zeggen welke soort van moeilijk uiteindelijk het makkelijkst te dragen zou zijn geweest?

(november 2019)