San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

Stars and shards of glass

Vannacht ben ik om half zes opgestaan om te kijken hoe twee macho’s – een racist en een vrouwenmishandelaar – elkaar herhaaldelijk op het gezicht zouden slaan. Het was geen goede wedstrijd, daarvoor ontbrak het die ene kooivechter aan de elegantie die nodig is om boksen mooi te maken, maar ik was blij dat ik hem had meegemaakt toen ik aan het begin van de dag opnieuw in bed kroop.

Door het raam van het bureau had ik kunnen volgen hoe het langzaam licht werd. De kat zat naast mij op de vensterbank en kauwde op een vlieg. Hij wordt steeds beter in het vangen ervan: hij heeft geleerd om geduldig te zijn en pas op het meest geschikte moment recht te springen en uit te halen met twee voorpoten tegelijk. Ik rook de kattenbak aan de andere kant van de kamer. Daar moest ik binnenkort maar eens iets aan doen.

De laatste keer dat ik zo vroeg wakker was, moet al een paar jaar geleden zijn geweest. Ik stond in mijn oude tuin te roken, ergens in de dagen rond Kerst. Het was volle maan, tegen de nog zwarte lucht raasden witte wolken in een hoog tempo voorbij. Ik duwde de sigaret uit op de grond, die hard aanvoelde. Misschien was hij al bevroren. Van achter het raam van de keuken keek de kat mij met een scheve kop aan. De echo van wat weg was, klonk luider dan ooit.

De herinnering aan de kou trok weg naarmate de ochtend kwam. Op het scherm sloeg de bokser steeds harder op zijn uitgeputte, wankelende tegenstander in, tot de scheidsrechter vond dat het genoeg was geweest. Techniek en geduld hadden het gehaald van gebrul en die gedachte stelde mij onnoemelijk gerust.

The next big thing

(Origineel geschreven begin mei.)

Een verrassende, maar geweldig fijne aankondiging van Scroobius Pip herinnerde mij eraan dat het ook tien jaar geleden is dat ik met deze website begon. Tien jaren waarin ik voortdurend van huis, van werk of van gezelschap veranderde. Een website die mij nieuwe vrienden heeft opgeleverd en meer ruzies dan me lief zijn, waaraan ik een soort van carrière te danken heb die even plots opflakkerde als daarna weer is uitgedoofd.

(meer lezen)

Een zondag in mei, overal in Vlaanderen

I.

Een oudere man in een geruit kostuum komt de kerk binnen. Zijn linkermouw is helemaal nat en in dat ene beeld zie ik voor me hoe hij de hele weg van de auto naar de ingang de paraplu heeft gedragen, niet om zichzelf, maar om in de eerste plaats zijn vrouw uit de regen te houden.

II.

Een andere man zoekt de beste plaats aan de deur om foto’s te kunnen nemen van de kinderen bij hun intrede. Wanneer een tweede fotograaf zich naast hem opstelt, met een dubbel zo grote camera en een betere flitser, heeft hij geen oog meer voor wat er in de inkomhal gebeurt. Er zijn enkel nog jaloerse blikken opzij.

(meer lezen)

(geen titel)

Er zijn die twee prentjes die je al van op de lagere school te zien krijgt, om je te leren wat de goede en de foute manier is om zware voorwerpen van de grond te tillen. Door de knieën: goed, groen vinkje. Door de rug: fout, groot rood kruis. Eén keer niet meer aan die prentjes denken in je volwassen leven volstaat om drie dagen op rij op de grond te moeten zitten omdat kussens te zacht zijn en je enkel nog voorover gebogen te kunnen voortbewegen.

(meer lezen)

The end till the end

Op de avond waarop Barcelona met 6-1 won van Paris Saint-Germain, was ik een stuk over voetbal aan het schrijven. De laatste keer dat ik tijdens een voetbalwedstrijd zat te werken, was drie jaar geleden. Ik had die dag een prijs gewonnen. Na de uitreiking was ik laat thuisgekomen, maar moest ik nog iets korts schrijven over de man naar wie de prijs was vernoemd, voor de volgende dag op de radio. Terwijl felicitaties en haatberichten binnenstroomden via het internet, hield Anderlecht PSG op 1-1. Ik zette het geluid van de televisie af zodat ik het tekstje kon inspreken. Toen het journaal begon, zag ik mijzelf.

Achteraf gezien denk ik: het was die avond waarop alles begon fout te lopen, waarop mijn lichaam moe werd, mijn werk nergens meer naartoe zou leiden en iedereen begon weg te gaan. Alles was zo anders toen. Ik woonde in een lelijke flat op een oude boerderij en Moussa was er nog niet en Thomas Blondeau leefde nog.

Ik typte aan mijn stuk over voetbal, vorige week, en Barcelona deed wat niet meer van ze werd verwacht — al was na twee minuten al duidelijk dat het wel eens zo’n avond zou kunnen worden. ‘Zie je wel,’ dacht ik, ‘elf mannen samen hebben zich hier uit een veel meer uitzichtloze situatie teruggevochten, dus waarom zou het mij dan niet lukken?’ Ik moet me alleen maar af en toe heel opzichtig laten vallen.

Orbiting your living room

Na een behoorlijk lange radiostilte — en ik beloof dat ik dit niet als woordspeling bedoel — ben ik deze week opnieuw iedere dag te horen in het middagjournaal van Nieuwe Feiten op Radio 1. Iedere dag om iets voor één, in uw auto of via de website van het programma. Na afloop komen alle afleveringen daar ook online.

White wine in the sun

Als er nu één jaar geschikt is om met een traditie te breken, dan zal het 2016 wel zijn.