San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

Summer swallowed us whole

De openbare omroep snoeit driftig in haar uitgaven. Alles wat ook maar enigszins overbodig is, moet verdwijnen. Om een of andere reden heb ik die besparingsronde overleefd en mag ik u vandaag aankondigen dat het nieuwe columnseizoen begonnen is. Iedere andere dinsdag een nieuwe Yezerskiy. En hier geen metatekstjes meer. Beloofd.

“Hier staat een zak”, zei de oude man. “Ja, een zak”, antwoordde zijn vrouw. “Van de Hema, zie? ‘Hema’ staat er op.” “Ja, ik zie het.” Het bleef even stil. Samen keken ze naar de zak.

(meer lezen op deredactie.be)

Truth be told, I’m not that bold

I.

In Brussel loopt een oude vrouw op mij af. Ze draagt een lange groene jas en haar haar zit in de war. Met beide handen omklemt ze stevig een houten kruis. Ze kijkt dwars door mij heen met een blik die ik nooit eerder heb gezien en steekt over door het rode licht.

II.

Thuis plant ik in een bloempot de onrijpe eikel die ik heb geplukt in het bos waar duizend jaar geleden een kasteel heeft gestaan. Ik probeer er een nieuwe boom uit te laten groeien. Tegen beter weten in, natuurlijk, maar wie altijd redelijk is in zijn ambities leert niet met mislukkingen om te gaan.

(meer lezen)

Minor love can be shorn like a scarf

“Je gaat hierover schrijven, he?”, vroeg ze terwijl ze voor de zoveelste keer die avond aan de uitslag op haar armen krabde. Ik knikte. Ik was in Mechelen met Maartje, bekend van het internet, die daar deze week woont omdat ze op de konijnen van haar broer moet passen. Ze gaf die konijnen ook het oranje van de wortel te eten en hoe vaak ik ook herhaalde dat dat geen goed idee was, ze zou dat blijven doen.

Maartje praatte over een land waar ik nooit ben geweest op een toon die verliefdheid verried, en voegde daaraan toe dat ze nooit op die manier over mij zou kunnen spreken. Ze had avontuurlijke verhalen over klapbanden in de woestijn en kinderen die haar de waterijsjes uit de handen graaiden en autorijden aan de verkeerde kant van de weg, vertelde ze, dat is even moeilijk als met de ene hand cirkels draaien over je buik terwijl je de andere op en neer boven je hoofd beweegt.

We dronken wijn in café’s voor vrouwen van middelbare leeftijd en daarna bracht ik haar in ruil voor een foto van Justin Bieber naar huis, of tenminste: naar het huis van haar broer. Toen ik terug in Leuven de foto wilde inscannen bleek mijn iMac niet meer te werken. Ik zette mijn wekker een uur vroeger, zodat ik nog voor de middag naar de computerwinkel kon. Gedoe. Alles is altijd gedoe.

If I was young, I’d flee this town

Er bestond een tijd waarin het woord zigeuner nog indruk maakte. Het was een scheldwoord, dat wel, maar het sloeg op wonderlijke mensen die zonder omkijken naar een ander land trokken wanneer ze het ergens beu waren, die elke avond dansten en muziek maakten en die bijzondere dingen konden, zoals kwalen genezen en met de dieren spreken. Vandaag zijn zigeneurs gewoon christenen in een full-option caravan en schemert hun muziek nog enkel door in de platen van een Amerikaanse stadsjongen die nooit dichter bij de Balkan is geweest dan Parijs.

En wie weet had ik niet eens van Beirut gehouden als die muziek niet míj had gekozen – door een titel te lenen aan het mooiste toneelstuk dat ik vorig jaar heb gezien, door toevallig op de radio te springen tijdens de vreselijkste autorit van mijn leven, door op het juiste moment met de juiste platenhoes in de winkel te liggen toen ik mijn eerste vinyl kocht.

Vanavond stond ik met de bassist van Six Hands in het Rivierenhof in Deurne. Het septet van Amerikaanse stadszigeuners speelde een uur lang liedjes over alles wat had kunnen zijn, maar nooit is geweest. Terwijl de drummer manisch lachte en de blazers schetterden, dacht ik terug aan wat William Fitzsimmons vorige winter in Brussel zei: “it shouldn’t be this much fun playing these sad songs.”

Beirut in de kiosk van het Rivierenhof was mijn optreden van het jaar. Ik ben bereid vanaf nu binnen te blijven om dat zo te houden. Terug thuis deed ik iets wat volgens de ongeschreven concertregels eigenlijk niet mag: ik legde meteen Gulag Orkestar nog eens op.

De Joke Schauvliege Challenge 2010 (slot)

Een goed verhaal heeft een held, die vertrekt op één plaats en komt op dezelfde plaats weer aan en in de tijd daartussen leert hij het een en ander bij. De held van dit verhaal ben ik, en deze week keerde ik terug naar Oostende voor Theater aan Zee, waar precies een jaar geleden de Joke Schauvliege Challenge 2010 formeel van start ging.

(meer lezen)

You’ll be the one missing out

Midas is king and he holds me so tight

Als laatste wapenfeit vóór de Langste Vakantie Uit De Geschiedenis ging ik bij enkele bedrijven op bezoek om daar een interview af te nemen van hun directeur. Een van die bedrijven lag op een industrieterrein net buiten Gent. Het had een achteringang voor personeel en leveranciers en een iets sjiekere vooringang waar bezoekers werden ontvangen. “Je kan hier links rond het gebouw lopen en dan kom je er meteen”, vertelde de vrouw aan de balie van de verkeerde ingang mij.

Ik liep links rond het gebouw. Tegen een lange kale muur stond alle rommel uitgestald waarvoor het bedrijf geen nut meer zag: stapels paletten, lege tonnen en oud ijzer, met daartussen een beschadigd stenen standbeeld van een konijn. Het was ooit geschonken aan een directeur, “voor zijn jarenlange inzet”, maar nu lag het daar maar wat, zielig op zijn zij. Die directeur was niet degene met wie ik zou praten. Ik durfde niet te vragen naar het konijn of de man voor wie het was gemaakt. Het leek mij nochtans een verhaal dat ik graag had gehoord.