San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

It was the end of times

Ik hing met mijn beste vriend uit het raam, te wachten op het moment dat de verhuiswagen de straat zou inrijden. ‘Weet je nog,’ vroeg Geert, ‘toen met het vorige huis?’ Hoe die dag de ladderlift niet was komen opdagen, maar iedereen die was komen helpen toch in geen tijd alle spullen naar de eerste verdieping had gekregen – door een doorgeefketting te maken en zo de zetel, die te groot was voor de trap, via het muurtje in de tuin en het dak van de keuken naar het bureau te tillen.

Hoe we die avond, doodmoe van al het werk, nog hadden meegedaan met een zaalkwis, georganiseerd door een goed doel in Congo, en dat we niet bijzonder hoog eindigden maar dat één van ons wel met de tombola een bon won voor een weekend in een lowbudget vakantiepark en dat we meteen besloten om daar met z’n allen toch maar heen te gaan.

Het vakantiepark was bijna volledig verlaten, op zomaar een weekend in oktober. We aten afhaalpizza en keken voetbal en een film en toen we de volgende dag door het domein wandelden, begon het ons op te vallen dat er behalve wij alleen maar een aantal orthodox-joodse families rondliepen. Achteraf pas ontdekten we in de krant dat we samen met de Sekte van de Seksrabbijn in het park hadden gelogeerd en dat er dat weekend één van hun leden was omgekomen in het veel te koude water.

Dat waren de dingen die wij zomaar meemaakten, zonder dat we ook maar één moment stilstonden bij wat voor een sterke verhalen zij later zouden opleveren of hoeveel wij om elkaar gaven, laat staan dat nauwelijks een paar jaar later alles zo anders zou kunnen zijn.

Koffie

Op de eerste ochtend dat ik hier wakker werd, stond ik in de woonkamer voor het raam. Ik dronk koffie terwijl ik naar buiten keek, waar een tiental stadstuinen willekeurig in elkaar gevlochten lagen. Een jonge, witte kat zocht zich een weg over de scheidingsmuren en sprong de tuin vlak onder mij binnen. Ze snuffelde wat tussen de bladeren van een struik, draaide zich om, liep een houten speelhuisje op en ging daar even zitten. Ik bleef haar volgen. Af en toe moest ik op de tippen van mijn tenen staan om de juiste hoek te vinden zodat ik haar niet zou kwijtraken. Verder deed ik niets. De koffie was allang op. Ik luisterde naar elk klein geluid in huis en wachtte tot de deur zou opengaan.

Mais tu n’as pas sommeil

De meeste dingen gebeuren trager, bedachtzamer. Na het koffie zetten vouw ik het zakje weer dicht. Dan volgt er nog een vouw en daarna schuif ik een plastic clip precies in het midden eroverheen. Ondertussen kijk ik door het raam naar de straat die ik alleen van vroeger ken. De verkaveling eindigt in een kleine cul-de-sac, waar in het midden ’s ochtends kraaien zitten. Zij zoeken kastanjes in het bos een eindje verderop en laten die dan stukvallen op het asfalt, zodat ze rustig de binnenkant kunnen leegpikken. Daar kan ik minutenlang naar staan kijken, terwijl achter mij de koffie koud wordt.

Soms drink ik de koffie buiten op, waar aan de andere kant van het huis vier schapen zich afvragen wat ik daar doe en waarom ik zo vaak heen en weer loop. Dan probeer ik voor mezelf te bedenken wat het precies is dat schapengezichten tegelijk vriendelijk en griezelig maakt. Ondertussen hupt een mus over de bovenkant van het hek, van paaltje naar paaltje.

Ik wist niet dat er nog mussen waren.

Later op de dag neem ik de bus over drukke steenwegen, die mij in elke richting een ander vorig leven in brengen. De ritten duren lang, maar de manier waarop ze aaien over de littekens en verhalen laten de dagen snel vooruitgaan.

Controle is een luxe. Wie haar kwijtraakt, rest niets anders dan zich aan het drijven over te geven.

 

Stars and shards of glass

Vannacht ben ik om half zes opgestaan om te kijken hoe twee macho’s – een racist en een vrouwenmishandelaar – elkaar herhaaldelijk op het gezicht zouden slaan. Het was geen goede wedstrijd, daarvoor ontbrak het die ene kooivechter aan de elegantie die nodig is om boksen mooi te maken, maar ik was blij dat ik hem had meegemaakt toen ik aan het begin van de dag opnieuw in bed kroop.

Door het raam van het bureau had ik kunnen volgen hoe het langzaam licht werd. De kat zat naast mij op de vensterbank en kauwde op een vlieg. Hij wordt steeds beter in het vangen ervan: hij heeft geleerd om geduldig te zijn en pas op het meest geschikte moment recht te springen en uit te halen met twee voorpoten tegelijk. Ik rook de kattenbak aan de andere kant van de kamer. Daar moest ik binnenkort maar eens iets aan doen.

De laatste keer dat ik zo vroeg wakker was, moet al een paar jaar geleden zijn geweest. Ik stond in mijn oude tuin te roken, ergens in de dagen rond Kerst. Het was volle maan, tegen de nog zwarte lucht raasden witte wolken in een hoog tempo voorbij. Ik duwde de sigaret uit op de grond, die hard aanvoelde. Misschien was hij al bevroren. Van achter het raam van de keuken keek de kat mij met een scheve kop aan. De echo van wat weg was, klonk luider dan ooit.

De herinnering aan de kou trok weg naarmate de ochtend kwam. Op het scherm sloeg de bokser steeds harder op zijn uitgeputte, wankelende tegenstander in, tot de scheidsrechter vond dat het genoeg was geweest. Techniek en geduld hadden het gehaald van gebrul en die gedachte stelde mij onnoemelijk gerust.

The next big thing

(Origineel geschreven begin mei.)

Een verrassende, maar geweldig fijne aankondiging van Scroobius Pip herinnerde mij eraan dat het ook tien jaar geleden is dat ik met deze website begon. Tien jaren waarin ik voortdurend van huis, van werk of van gezelschap veranderde. Een website die mij nieuwe vrienden heeft opgeleverd en meer ruzies dan me lief zijn, waaraan ik een soort van carrière te danken heb die even plots opflakkerde als daarna weer is uitgedoofd.

(meer lezen)

Een zondag in mei, overal in Vlaanderen

I.

Een oudere man in een geruit kostuum komt de kerk binnen. Zijn linkermouw is helemaal nat en in dat ene beeld zie ik voor me hoe hij de hele weg van de auto naar de ingang de paraplu heeft gedragen, niet om zichzelf, maar om in de eerste plaats zijn vrouw uit de regen te houden.

II.

Een andere man zoekt de beste plaats aan de deur om foto’s te kunnen nemen van de kinderen bij hun intrede. Wanneer een tweede fotograaf zich naast hem opstelt, met een dubbel zo grote camera en een betere flitser, heeft hij geen oog meer voor wat er in de inkomhal gebeurt. Er zijn enkel nog jaloerse blikken opzij.

(meer lezen)

(geen titel)

Er zijn die twee prentjes die je al van op de lagere school te zien krijgt, om je te leren wat de goede en de foute manier is om zware voorwerpen van de grond te tillen. Door de knieën: goed, groen vinkje. Door de rug: fout, groot rood kruis. Eén keer niet meer aan die prentjes denken in je volwassen leven volstaat om drie dagen op rij op de grond te moeten zitten omdat kussens te zacht zijn en je enkel nog voorover gebogen te kunnen voortbewegen.

(meer lezen)