San F. Yezerskiy

op de oppositiebanken van uw hart.

Varkentje M.

In het park kijk ik omhoog naar de groenwerkers die pro forma wat snoeien omdat dat zo in de jaarplanning staat. Ik laat mijn blik zakken en zie voor mijn voeten een stuk papier liggen met daaraan een roze pijpenrager. Het is een tekening van een varkentje, met in het midden een foto van een kleuter die ook als varkentje is verkleed. Hij draagt een snuit, geknutseld uit een eierdoos. Op de achterkant staat zijn naam, die begint met een M. De jongen had de tekening roze moeten kleuren met papiersnippers, maar ergens onderweg raakte hij het plakken beu. Ook de krul in de staart zat er nog niet in, die heb ik gemaakt.

(meer lezen)

Since I met the devil I ain’t been the same, oh no

Ik heb hem eindelijk uit, vader.

Zijt gij nu fier op mij? Ben ik nu de zoon die gij altijd hebt gewild?

Mensen vragen de raarste dingen

I.

Een meisje wiegt zo lascief met haar heupen dat het lijkt alsof ze daardoor zichzelf kan bevruchten. Van haar zelfzekerheid krijg ik het benauwd.

II.

De man die als twee druppels water op Michel Follet lijkt, is Michel Follet niet. Dat hoef ik niet te vragen, dat zegt hij er zelf gewoon bij.

III.

Ik zit bij Annie. Annie is bijna 60 en woont in Ekeren. Ze praat over de zon die schijnt en zegt: “het leven ziet er plots heel anders uit”.

IV.

Op de trein doet een doof koppeltje lief tegen elkaar in gebarentaal. Ik begrijp er niets van, maar ik weet wat ze zeggen.

I told myself it’s better if we only talk in letters

Vlak voor de winter, ik had toen nog een baard, kwam ik uit verveling terecht op de facebookpagina van Het Brievenhuis. Intrigerend, op zijn minst.

Ik kopieerde een fragment uit het boek dat ik net uit had en stuurde het naar Gent. Ik wachtte drie weken. Ik vergat Het Brievenhuis en zijn valse beloftes, tot er vandaag dan toch een enveloppe in de bus zat.

Een dubieuze interpretatie van het fragment, maar wel mooi. Wie mij schrijft, krijgt ook altijd antwoord. Meestal met iets moois en altijd veel te laat.

      

I’ll meet you there, by the old newsstand

Een week lang is hier niets gebeurd. Dat heeft leuke en minder leuke redenen. Ik beperk mij tot de leuke.

Ik heb een populair medium gekaapt. Ik heb een bizar e-mailinterview gegeven en geleerd hoe ik over mijzelf moet praten. Ik ben met verlof gestuurd door deredactie.be, zodat er woensdag geen column zal zijn.

Een verhaal van mij verschijnt vandaag in een obscuur Leuvens studentenblad. Het heet Taal met alleen jouw naam en misschien zet ik het hier ook nog wel online, ooit. Voorlopig moeten jullie zelf op zoek. Vraag een beetje rond.

Tot slot wil ik dat Ilja Leonard Pfeijffer ook voor mij een lied schrijft.

Alles is veilig, zoiets.

Ik zeg het niet vaak genoeg, maar ik word omringd door allemaal lieve mensen. Lieve mensen die over de Joke Schauvliege challenge hebben gehoord en in mijn plaats de stukken uitkiezen waarnaar ik zeker moet gaan kijken. Het enige wat ik daarna zelf nog moet doen, is een dubbelrecensie schrijven over twee voorstellingen die meer met elkaar gemeen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken.

(meer lezen)

De moraal is op, heden geen moraal

Op de Boekenbeurs van 2008 liep de 91-jarige Albert Tytgadt rond met een plan. Hij zag de lege stoel van Tom Naegels, vroeg of hij daar mocht gaan zitten en sprak de auteur naast zich aan met de woorden: “mijn leven, ge kunt daar een boek over schrijven”. Het is toeval, maar daar zat de man met de strafste verhalen van het land plots naast de strafste raconteur van het land.

Die laatste, Louis Van Dievel (mijn mecenas, mijn etc.), liet meteen alles vallen om die verhalen op te schrijven. Toch heeft Albert Tytgadt de voorstelling van zijn boek niet meer meegemaakt. Het scheelde maar enkele maanden.

(meer lezen)