Archives for category: sport

Hét moment waarop je als voetballer beseft: ‘fok, ik ga naar het WK’, is waarschijnlijk wanneer je de Paninisticker met je eigen gezicht erop in handen krijgt. Alleen gaan de stickerboeken al in productie vóór de officiële selectie van elk land bekend is. Zo blijven er elk jaar opnieuw een aantal spelers achter die wel naar het toernooi gaan, maar toch niet in het officiële boek zijn opgenomen.

Dave met z’n MIFA-project heeft daar iets op gevonden: hij laat in de aanloop naar elk toernooi de ontbrekende spelers portretteren door kunstenaars van over de hele wereld, om daarna een website en een boek te kunnen samenstellen waarin ook zij een plaats krijgen. Nooit heb ik mij sneller ergens voor opgegeven.

Ninon Abena komt uit voor Kameroen. Dit wordt haar tweede WK, en ik hoop samen met haar dat zij in Frankrijk haar eerste speelminuten krijgt.

Vannacht ben ik om half zes opgestaan om te kijken hoe twee macho’s – een racist en een vrouwenmishandelaar – elkaar herhaaldelijk op het gezicht zouden slaan. Het was geen goede wedstrijd, daarvoor ontbrak het die ene kooivechter aan de elegantie die nodig is om boksen mooi te maken, maar ik was blij dat ik hem had meegemaakt toen ik aan het begin van de dag opnieuw in bed kroop.

Door het raam van het bureau had ik kunnen volgen hoe het langzaam licht werd. De kat zat naast mij op de vensterbank en kauwde op een vlieg. Hij wordt steeds beter in het vangen ervan: hij heeft geleerd om geduldig te zijn en pas op het meest geschikte moment recht te springen en uit te halen met twee voorpoten tegelijk. Ik rook de kattenbak aan de andere kant van de kamer. Daar moest ik binnenkort maar eens iets aan doen.

De laatste keer dat ik zo vroeg wakker was, moet al een paar jaar geleden zijn geweest. Ik stond in mijn oude tuin te roken, ergens in de dagen rond Kerst. Het was volle maan, tegen de nog zwarte lucht raasden witte wolken in een hoog tempo voorbij. Ik duwde de sigaret uit op de grond, die hard aanvoelde. Misschien was hij al bevroren. Van achter het raam van de keuken keek de kat mij met een scheve kop aan. De echo van wat weg was, klonk luider dan ooit.

De herinnering aan de kou trok weg naarmate de ochtend kwam. Op het scherm sloeg de bokser steeds harder op zijn uitgeputte, wankelende tegenstander in, tot de scheidsrechter vond dat het genoeg was geweest. Techniek en geduld hadden het gehaald van gebrul en die gedachte stelde mij onnoemelijk gerust.

Marc Wilmots coacht volgens dezelfde mentaliteit die hij vroeger als speler had: achterin alles stevig dicht en dan met z’n allen zwoegen om door de muur van de tegenstander te breken. Het resultaat en het vertoonde spel zijn van ondergeschikt belang, zolang er na het laatste fluitsignaal maar elf mannen naar binnen komen die exact evenveel liters zweet hebben vergoten. Hoeveel kritiek de Belgische supporter ook op Wilmots heeft, dit is het enige aspect waarop hij hem nooit zal afrekenen. Het is een houding waarvan we ooit collectief hebben beslist dat ze hoort bij ons land.

(meer…)

Enkele maanden geleden kreeg ik een e-mail van de hoofdredacteur van het literair voetbaltijdschrift Hard Gras. Nederland had nagelaten zich te kwalificeren voor het komende EK, dus wilden  zij voor de maand juni dan maar een themanummer maken rond de Rode Duivels. En of ik daarin een paar pagina’s kon vullen. Vraag even een voetbalminnende Nederlander naar de status van Hard Gras en je zal begrijpen waarom ik eerst heel luid ‘ja!’ riep en meteen daarna in blinde paniek onder mijn keukentafel kroop.

Soit, van onder een tafel kan je ook typen  en dus staan er nu een stuk én een begeleidende lino van mijn hand in Hard Gras nummer 108, waarvan jullie een exemplaar kunnen kopen in de krantenwinkel of bestellen op de website, of hier. Naast mezelf spelen ook Ivo Victoria, Paul Baeten Gronda, Joost Vandecasteele, Lize Spit en een pak anderen mee, dus je krijgt genoeg waar voor je geld.

Mijn bijdrage heeft als titel ‘“Hazard eraf!” – De aanvoerder van het verkeerde land’ en gaat over hoe onze huidige nationale ploeg niet langer bij de volksaard past, en welke problemen dat oplevert. Veel meer nog dan dat gaat het over een Chelseashirt en mijn iets te gênante idolatrie voor een knul die acht jaar jonger is dan ik.

(Update: deze special werd afgelopen vrijdag gerecenseerd in de letterenbijlage van De Standaard.)

Op drie dagen tijd heb ik twee avonden door de regen gelopen, zo lang dat mijn haren plat naar achteren vielen als die van een oude man, dat ik voelde hoe er water in mijn sokken zat en dat elke windstoot tegen mijn natte jas met een scherpe pijn door mijn borst en armen sneed.

Op drie dagen tijd heb ik twee kinderfilms gezien, één over Sinterklaas, in een volle filmzaal op zaterdagmiddag, en één over gevoelens als ventjes in je kop, gewoon  thuis op mezelf.

Op drie dagen tijd hebben evenveel mensen mij gezegd dat ik niet zo streng moet zijn voor mezelf – zonder dat één van hen erbij vertelde wie dat dan wél zou doen op de momenten dat dat nodig was.

Op drie dagen tijd heb ik twee keer net niet gehuild, één keer toen tijdens de Sinterklaasfilm opeens alle kinderen in de zaal begonnen mee te zingen met de acteur op het scherm en één keer toen ik ‘s nachts thuiskwam en op televisie zag wat Jamie Vardy had gedaan, gewoon omdat ik zo blij was voor die jongen.

Op drie dagen tijd heb ik één avond de warmte gevoeld en ik herkende het begin van meer.

spier“O ja, nu ik hier toch ben,” is een uitdrukking die tijdens een doktersbezoek nog nooit heeft geleid tot mí­nder gedoe. Toen ik van de onderzoekstafel afsprong, voelde ik heel even weer die stekende pijn in de pees waarmee mijn quadriceps aan mijn knie vasthangt, een pijn die in het dagelijkse leven gemakkelijk te negeren valt en pas echt hinderlijk wordt wanneer ik lange tijd intensief ga hardlopen, waardoor ik haar altijd meer als een goede uitvlucht dan als een probleem heb gezien. Nog voor ik goed en wel was uitgesproken, kreeg ik een voorschrift in de handen geduwd voor een reeks afspraken bij de kinesist.

Dit was de eerste keer dat ik een kinesist bezocht. Ik had geen idee van hoe zo’n afspraak in zijn werk ging of hoe ik mij daar hoorde te gedragen. Bovendien voel ik mij doorgaans al onwennig wanneer ik zélf aan mijn lichaam zit.

(meer…)

Om oprecht van sport te kunnen genieten, is er ontroering nodig. Die ontroering kan zitten in de uitvoering, dat zeker. Een heupbeweging die niemand verwacht, een pass naar de andere kant van het veld die op de centimeter precies wordt afgeleverd, een vrije trap die onhoudbaar binnen krult. Maar net zomin als bij een boek of een film zijn dit soort technische hoogstandjes het belangrijkst: de echte ontroering komt voort uit de personages en hun verhaal.

(meer…)