Archives for category: schnabbels

Marc Wilmots coacht volgens dezelfde mentaliteit die hij vroeger als speler had: achterin alles stevig dicht en dan met z’n allen zwoegen om door de muur van de tegenstander te breken. Het resultaat en het vertoonde spel zijn van ondergeschikt belang, zolang er na het laatste fluitsignaal maar elf mannen naar binnen komen die exact evenveel liters zweet hebben vergoten. Hoeveel kritiek de Belgische supporter ook op Wilmots heeft, dit is het enige aspect waarop hij hem nooit zal afrekenen. Het is een houding waarvan we ooit collectief hebben beslist dat ze hoort bij ons land.

(meer…)

Enkele maanden geleden kreeg ik een e-mail van de hoofdredacteur van het literair voetbaltijdschrift Hard Gras. Nederland had nagelaten zich te kwalificeren voor het komende EK, dus wilden  zij voor de maand juni dan maar een themanummer maken rond de Rode Duivels. En of ik daarin een paar pagina’s kon vullen. Vraag even een voetbalminnende Nederlander naar de status van Hard Gras en je zal begrijpen waarom ik eerst heel luid ‘ja!’ riep en meteen daarna in blinde paniek onder mijn keukentafel kroop.

Soit, van onder een tafel kan je ook typen  en dus staan er nu een stuk én een begeleidende lino van mijn hand in Hard Gras nummer 108, waarvan jullie een exemplaar kunnen kopen in de krantenwinkel of bestellen op de website, of hier. Naast mezelf spelen ook Ivo Victoria, Paul Baeten Gronda, Joost Vandecasteele, Lize Spit en een pak anderen mee, dus je krijgt genoeg waar voor je geld.

Mijn bijdrage heeft als titel ‘“Hazard eraf!” – De aanvoerder van het verkeerde land’ en gaat over hoe onze huidige nationale ploeg niet langer bij de volksaard past, en welke problemen dat oplevert. Veel meer nog dan dat gaat het over een Chelseashirt en mijn iets te gênante idolatrie voor een knul die acht jaar jonger is dan ik.

(Update: deze special werd afgelopen vrijdag gerecenseerd in de letterenbijlage van De Standaard.)

Dit jaar heb ik al mijn opdrachtwerk laten vallen, maar als een beste vriend vraagt om helemaal  gratis een nogal arbeidsintensieve tekening te maken voor een obscuur jongerentijdschrift, zou het wel heel dom zijn om neen te zeggen, natuurlijk. Bijgevolg sier ik deze maand de achterflap van het magazine [SIC], een publicatie van het sympathieke collectief I See Clouds. Naar verluidt is die achterflap een prestigieuze plek en zijn meer gevestigde namen uit datzelfde boekje nu stikjaloers op mij.

   

Hier krijgen  jullie alvast een scan van de collage (beter kies je “open image in new tab”). Wie graag een  tastbaar exemplaar van het tijdschrift wil bestellen voor het verwaarloze bedrag van drie euro, kan rechtstreeks contact opnemen met Zij Die Wolken Zien. Ik doe  al genoeg administratie tijdens mijn  werkweek.

Een plakwerkje ter promotie van Hanneke Hendrix’ voortreffelijke roman  De verjaardagen.

Begin dit jaar werd ik door de heren van grafisch collectief sorryklaas;) gevraagd of ik een bijdrage wilde leveren aan een eenmalig magazine – een themanummer over de donkere kanten in het hoofd van creatievelingen.  Waarschijnlijk was het de bedoeling dat ik een tekst zou schrijven, maar omdat dat net hetgeen is wat mij zo veel moeite kost, heb ik in de plaats daarvan een tekening geknipt en geplakt.

Op vrijdag 31 mei en zaterdag 1 juni worden alle tekeningen voor het magazine tentoongesteld in het centrum van Gent. Ik zal vrijdag allicht de opening bijwonen. Wie zich die avond toevallig in de buurt bevindt, is bij deze van harte uitgenodigd. (Meer nieuws over het magazine volgt later.)

“Ken mij dan,” riep ik. “Ik wil dat gij mij kent.” Het meisje keek mij niet-begrijpend aan. “Ik wil dat gij mij kent, alstublieft, en dat gij mij vasthoudt en dat ik u dan de meest fantastische verhalen vertel. Wist gij bijvoorbeeld dat pompelmoessap heel slecht is voor mensen en dat er geen vrouwelijke pinguïns bestaan?”

(meer…)

Nadat ik de hele week een uur vroeger was opgestaan om op tijd te kunnen stoppen voor Nederland-Brazilië, kreeg ik vrijdagmiddag een e-mail waarin stond dat iedereen door de hitte al om drie uur naar huis mocht. Iedere dag duw ik een rotsblok tegen een bergwand op, of zo voelt het toch. Hoe ik de wedstrijd zelf volgde, met Guinness en sandwiches, heb ik elders al verteld.

In de roes van de overwinning en lauw bier reisde ik naar huis. De locomotief begaf het vlak voor ik Leuven binnenreed. Zelfs onder de douche bleef ik zweten.

In de binnenstad verzamelden slechtgeklede mensen die niet van Rock Werchter hielden. Ik kreeg een suikerspin en luisterde in het gras naar jazz terwijl het langzaam donker werd. De vrienden met wie ik daar zat, praatten alleen in gebaren met elkaar. Eén van hen was het meisje dat ik precies een jaar geleden op dezelfde plaats voor het eerst had gezien. Toen danste ze uitbundig, en omdat zij zo intimiderend overkomt heb ik nooit iets tegen haar durven te zeggen. Tot vrijdag dan, want dit is de zomer waarin ik mijn angsten onder ogen zie.