Archives for category: professor

Zondagavond keerde ik terug naar een half huis. Deze keer had ik nochtans mijn best gedaan – deze keer zou het voor altijd. Ik probeerde zo goed als ik kon de rommel te negeren die de verhuizers hadden achtergelaten. Ik bestelde Indisch eten, keek naar het voetbal en ging daarna naar bed met de deur van de slaapkamer op een kier, zodat ten minste de kat nog naar binnen kon.

(meer…)

Het heeft iets aandoenlijks zoals ik hier lig, loom van het eten omdat ik nog steeds dubbele porties koop en niet helemaal zeker of er vanavond nog bezoek komt of niet. Ondertussen stel ik alle kleine klusjes uit die bij verhuizen komen kijken, want dat lijken mij typisch dingen die beter door een volwassene worden gedaan.

Als een relatie die beëindigd wordt, zo voelt het wanneer een huisgenoot na meer dan drie jaar beslist dat hij toch liever bij een meisje wil wonen.

Het waren nochtans tijden, man, zoals toen met dat kapotte bed dat wij in nog kleinere stukken hebben gestampt op de parking van het busjesverhuurbedrijf omdat het anders niet in mijn auto paste. We dumpten de rommel in onze garage en gingen boven naar De slimste mens ter wereld kijken, toen nog onschuldig tijdverdrijf, op een oude matras die dienst deed als chaise longue.

(meer…)

Toen ik vanmiddag twee koppen koffie op tafel probeerde te zetten, goot ik een daarvan bijna volledig uit over mijn linkerhand. Pas vier uur later werd de pijn draaglijk en moest ik niet meer voortdurend naar de kraan lopen om af te koelen. Ondertussen lijkt alles in orde, maar de huid van mijn wijsvinger is  rood en zo doorzichtig dat je eronder de aders kan zien liggen.

Vroeger gebruikte ik mijn kapotte handen als metafoor voor iets groters, maar daarmee ben ik opgehouden. Met schrijven over vroeger ook, trouwens.

Professor huisgenoot is dit weekend naar Londen geweest – hij wel. In plaats van mij daarmee uit te lachen, heeft hij seizoen drie van Gavin & Stacey voor mij meegebracht. Wij roepen hier wel vaak “ik maak u kapot!” naar elkaar, maar in feite zien wij elkaar graag.

Nu ga ik dus maar wat tv kijken vanuit mijn ziekenbed. Ik kan toch niet meer schrijven. Die vinger, he. Auw. Auw.

Het was echt de laatste keer nu. Er waren mensen die de voorgaande jaren ook altijd gekomen zijn, er waren nieuwe mensen, er waren mensen die ik eigenlijk niet had verwacht. Volgend jaar zal er geen  Pudding in het Park  meer zijn.

Het allerlaatste restant van mijn studentenleven heb ik doorgespoeld met een Long Island Ice Tea die mij met een rotvaart langzaam in slaap wiegde.

Het is geen oplossing, maar het weet zich goed zo te verkleden.

Ik hou niet van muziek, ik hou niet van praten over muziek en ik hou niet van hypes. Drie redenen waarom ik pas naar Bloc Party ben beginnen luisteren toen ik er zeker van kon zijn dat geen enkele hipster ze mij nog zou aanraden. Ondertussen kan je mij met wat goede wil gerust een liefhebber noemen, die niet alleen om tegendraads te zijn Intimacy het beste van de drie albums vindt.

Het enthousiasme waarmee ik dit neerschrijf, verraadt al een beetje dat ik het niet zo erg vond dat de AB uitverkocht was voor ik aan een kaartje geraakte. Bloc Party in combinatie met een road trip is meteen een heel ander verhaal: Keulen ligt niet veel verder dan de zee, maar met de juiste instelling kan je overal een avontuur van maken. En vier mannen samen in de auto, dat schept een band. Of toch tussen de drie die samenspannen tegen de chauffeur.

Over het optreden zelf wil ik het niet hebben, dat kan de onderhond binnenkort doen. Natuurlijk schorde er een en ander aan, maar rock ‘n’ roll draait niet om de muziek. Rock ‘n’ roll draait om vierduizend dansende mensen en veel gekleurde lichtjes en voor het eerst het festivalgevoel krijgen tijdens een zaaloptreden.

Achteraf in de Turkse snackbar hadden noch wij, noch de uitbater veel zin om Duits te spreken. Omdat een glimlach van alle culturen is, kregen wij ook na elven nog een pizza. Op de weg terug terug sliep iedereen behalve ik. Avontuur is misschien een beetje overdreven. Pussycat Dolls in Dí¼sseldorf, iemand?

Volwassen worden is meer dan naar de autokeuring gaan en geld terugkrijgen van de belastingen. Volwassen worden is ook visite ontvangen, ’s avonds na het werk. Zoals alles hebben wij ook dat stap voor stap geleerd. Onze eerste visite, ondertussen meer dan een jaar geleden, was niet bijzonder veeleisend. Zij wou niets drinken behalve een glaasje water en entertainde óns, in plaats van andersom, door bulderend te lachen met de fratsen van de Ashton Brothers. De VARA zond die avond Ballyhoo! uit.

(meer…)

De professor  en ik hebben een wedstrijdje pannenkoeken eten gehouden. Dat doen wij wanneer we elkaar onze mannelijkheid willen bewijzen. Armworstelen kan ik niet en een messengevecht is te gevaarlijk voor binnen. We hebben veel spullen die kapot kunnen.

Door iets te enthousiast en met beide handen een pannenkoek met stroop in mijn mond te duwen, moest ik plots heel erg aan  Pol, Pel en Pingo denken, en aan de oude admiraal die ook een walrus was.  

Want Pol, Pel en Pingo, die aten ook pannenkoeken  met hun handjes. Ze hadden ook een spraakgebrek: de dingen die ze zeiden kwamen altijd onderaan de prentjes terecht, en  niet in ballonnetjes zoals bij normale stripfiguren. Ik vraag mij af wat er van Pol is geworden. Als hij niet meer leeft, hoop ik dat hij begraven is op zee.  Dat zou hij zo hebben gewild.

Het werd 9-7, ik ben het meest man. Mijn buik doet het meest  pijn.